|
Hoe beleeft een deelnemer de Oost Europa Rally?? Om antwoord op deze vraag te krijgen kun je hieronder enkele schitterende verslagen terug lezen. (inclusief foto's) Naast mooi om te lezen kan het ook zeker nog informatief zijn!  
JP: Deelnemer OER 2008 (Verslag t/m dag 5. Laatste 3 dagen ontbreken?) Hip: Deelnemer OER 2009 (6de bericht van boven) Zomaar een glibberige dag in 2009 op zomaar een berg. Tjerk de Ruiter op de bezemmotor Elke OER is een belevenis om nooit meer te vergeten. De OER van 2009 was een aaneenschakeling van bijzondere momenten, maar 2 momenten heb ik wat beter in mijn geheugen staan. Het eerste moment was dat we met een groepje beneden een glibberige helling stonden. Het was zonnig en dus warm op dat moment maar s’nachts had het veel geregend. Zullen we het doen of kiezen we het asfalt? Asfalt is geen serieus alternatief voor iemand met noppen, dus laten we maar rijden. Het eerste stukje viel wel mee. Rustig naar boven tokkelend, beetje afstand houdend van elkaar ging het overwegend vooruit. Dan kwam er een steiler maar ook gladder stukje met wat diepere drek. Na een uurtje ploeteren, af en toe elkaar uit het moeras helpend, een enkeling (Erik) ook uit de sloot, kwam er een haakse bocht en toen werd het serieus. Ik dacht dat ik wel op het pad kon blijven, en niet zoals veel anderen het gladde graswalletje op. Foute keuze dus. (misschien een goede tip: als je advies van iemand krijgt, overweeg dat tenminste) Na een paar meter was er een knal en een enorme rookwolk. Mijn lekengedachte (ik weet nagenoeg niets van crossmotoren en rally’s) was: “shit, motor opgeblazen”. Dat voelt lekker op een helling waar niemand durft te stoppen, je niet vooruit of achteruit kan, en de hulptruck absoluut niet kan komen. Slepen met de motor wás al lastig, maar met het hele blok onder de klei, de radiator en de wielen helemaal vol met vette drek tot aan de spatborden, (In de Dakar blijft al die rommel tenminste niet aan je motor hangen) met nog trillende benen en Lorenzo armen van het voorgaande slooptraject kon ik niets anders dan wachten en op krachten komen. In de verte, wat in dit geval niet veel meer betekende dan zo’n 200 meter, zeg maar een kwartier rijden, probeerde mijn groepje een volgende hindernis te nemen. Stukje terug, aanloopje, vallen. Weer stukje terug, weer aanloopje, weer vallen. Net zolang tot het lukte. Zo lukte het mij uiteindelijk ook. Toen we bovenop de berg waren kwam de laatste beproeving. Gerjan had ons gewaarschuwd voor de herdershonden. Van de meeste honden hoefden we niets te vrezen, maar die honden met een plankje onder hun stinkende krachtige kaken, waren levensgevaarlijk. Als die je te pakken kregen had je te weinig tijd om nog een priester te bellen. En uitgerekend de grootste hond van dat soort liep grommend naast mijn motor op het laatste gladde stuk. Nu niet vallen of vastzitten, alsjeblieft Ruitertje, nu niet vallen of vastzitten. Gelukkig blijk ik het nu te kunnen navertellen. Aan de andere kant van de berg lagen fantastische haarspeldbochtige grindpaadjes. Van die weggetjes waar je alleen maar hoeft te driften en genieten alsof er geen herdershonden bestaan. Wanhoop en pure pret liggen hier soms maar een paar honderd meter van elkaar verwijderd. Roemenie is zó verschrikkelijk mooi. Mijn mooie Twente is al een weids, groen, dunbevolkt stukje wereld, maar in Roemenie kun je nog echt verdwalen. Je kunt daar uren dolen zonder een mens te zien, en soms ook zonder een bereidbare weg. Dat overkwam ons in ieder geval op de etappe naar het Coral hotel bij Karly Baba, dag 5. De etappe zelf was erg lastig maar mooi geweest. We hebben zelfs samen met Gerjan en de TV ploeg een uurtje gepauzeerd boven op een berg. Een uurtje dom lullen en genieten van de rust en het uitzicht. In de loop van de middag hadden we blijkbaar een track gemist, want ineens stonden we aan de andere kant van een soort moeras met een paar dichttrekkende motorsporen, en kwam er niemand meer achter ons, en zo had ons groepje ineens weer een andere, internationale samenstelling met Nederlanders en Duitsers. Terug was geen optie, we konden nooit meer door die spiegelgladde modderpoel. De enige weg was vooruit, op kompas weer terug naar de track. Op zo’n moment is ook een Tripy een waardeloos ding. We namen een steeds gladder bospad omhoog, over de bergkam in de juiste windrichting. De motor met de gladste achterband had wat moeite om omhoog te komen, werd zelfs ingehaald door een paard en wagen met een boerenfamilie erop. Die boerenfamilie woonden boven op de berg in een soort schuur. Het laatste teken van de bewoonde wereld in dat gebied. Er liepen schijnbare paden weer naar beneden. Het meestbelovende spoor, met de meest juiste windrichting werd gekozen. Eerst was dat iets pad-achtigs, toen leek het meer op een sleepspoor van een boom, en op het laatst bleek het een lege rivierbedding te zijn, die op het meest onbegaanbare stuk splitste in iets wat wel pad zou mogen heten maar de verkeerde kant op ging, en het vervolg van de rivierbedding. Na lang overleg splitste de groep in een linker (pad) en een rechter (bedding)deel, die na 1 a 2 minuten weer samenkwamen in een riviertje. Met o.a. Mark, Hip, Rob en Frank, een KTM met een kapotte voorvork, een XT zonder voorrem, een Transalp zonder achterrem, een behoorlijk complete XT met gladde band en F650 volgden we de beek, elkaar bij elke bocht opwachtend. Je wilt er toch niet aan denken dat je met pech daar alléén in dat bos staat. Dolblij waren we toen we vrachtwagensporen op ons pad zagen. Bewoonde wereld! De sporen werden serieuzer en Tripy pikte de track weer op. Het laatste stuk van tientallen kilometers onverhard van Karly Baba naar het hotel smaakte na deze overlevingstocht wel heel erg lekker. Wat een vreselijk gaaf stuk was dat. Bocht na bocht, en bijna elke bocht kon volgas driftend genomen worden. Een lekke band een half uur voor het eind stoorde het feestje, maar het was wéér een dag om in te lijsten. We waren laat en konden gelijk aan tafel. En dat tafelen is dan typisch OER. Aan het diner zie je uit je ooghoeken mensen uit alle niveaus van de sociale ladder met elkaar aan tafel, allemaal dezelfde soort vissersverhalen vertellend, allemaal dezelfde grijns op hun vieze gezichten, en aan hun armgebaren zie je dat ook hún vis zeker 3 meter lang was.
|